kerkdienst 10:00 **alleen online**

2 mei 2021

  • Voorganger: Ds. B. van ‘t Veld uit Vaassen
  • Organist: Berend de Wit

Deze kerkdienst is alleen online te beluisteren, de kerkzaal zelf is gesloten. Op deze pagina vindt u daar alle informatie over.
Het meeluisteren van de dienst kan via deze pagina of de kerkdienstgemist-app.

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Muziek: Lied 216: 1, 2 en 3
Groet & Bemoediging
Muziek: Psalm 136: 1, 3 en 4
Leefregel: Matteüs 22:37-40
Muziek: Psalm 119:34 en 44
Gebed
Schriftlezing: Job 38:1-7
Muziek: Lied 978:1, 2, 3 en 4
Schriftlezing: Lucas 12:22-31
Muziek: Lied 146a: 2, 3
Preek
Muziek: Lied 904:1, 4 en 5
Gebeden
Muziek: Lied 422:1, 2, 3
Zegen
Muziek: Lied 708:1, 6
Orgelspel

 

Lied 216: 1, 2 en 3
Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.

Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.

Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

Psalm 136: 1, 3 en 4
Loof de Heer, want Hij is goed,
trouw in alles wat Hij doet.
Want zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.

Loof Hem die de hemel schiep,
zijn verstand is grondloos diep.
Hij bereidde zee en land.
Eeuwig houdt zijn liefde stand.

Zon en maan en sterren gaan
koninklijk hun vaste baan.
God regeert bij dag en nacht,
zijn genade blijft van kracht.

Psalm 119:34 en 44
In eeuwigheid bestaat uw woord, uw kracht.
Hoog in de hemel is uw naam verheven.
Uw trouw is van geslachte tot geslacht,
al wat er leeft ontvangt van U het leven.
Gij hebt de hele wereld voortgebracht
en voor altijd een vaste plaats gegeven.

Heer, ondersteun mij, geef mij vaste grond,
laat uw beloften heel mijn leven schragen.
Beschaam mij niet, ik hoop op uw verbond,
bevestig mij, dat mij verlossing dage.
Als Gij mij steunt, zal ik te allen stond
de vreugde van uw wet in ’t harte dragen.

Job 38:1-7
1 En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei: 2 ‘Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand? 3 Sta op, Job, wapen je; ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet. 4 Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet. 5 Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? 6 Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar hoeksteen gelegd, 7 terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde?

Lied 978:1, 2, 3 en 4
Aan U behoort, o Heer der heren,
de aarde met haar wel en wee,
de steile bergen, koele meren,
het vaste land, de onzekere zee.
Van U getuigen dag en nacht.
Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.

Gij roept het jonge leven wakker,
een tuin bloeit rond het open graf.
Er ruisen halmen op de akker
waar zich het zaad verloren gaf.
En vele korrels vormen saam
een kostbaar brood in uwe naam.

Gij hebt de bloemen op de velden
met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden
dat Gij uw schepping niet vergeet.
’t Is alles een gelijkenis
van meer dan aards geheimenis.

Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
omdat de hemel mij begroet.

Lucas 12:22-31
22 Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Om deze reden zeg ik tegen jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. 23 Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding. 24 Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels! 25 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken één el aan zijn levensduur toevoegen? 26 Als jullie dus zelfs het geringste al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de rest? 27 Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 28 Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? 29 Ook jullie moeten niet nadenken over wat je zult eten en wat je zult drinken, en jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. 30 De volken van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. 31 Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden.

Lied 146a: 2, 3
Hoe goed is ’t hun die bouwen
op Israëls vaste rots,
hun die zich toevertrouwen
de trouwe handen Gods.
Zij hebben ’t heil verkregen,
de allerschoonste schat;
God leidt hen op zijn wegen,
hun voet wordt moe noch mat.

Hij is de Heer, de sterke,
in Hem is alle macht.
Dat zeggen ons zijn werken,
dat zeggen dag en nacht,
de aarde en de hemel,
de mensen en het vee,
en alles wat er wemelt
in ’t water van de zee.

Lied 904:1, 4 en 5
Beveel gerust uw wegen,
al wat u ’t harte deert,
der trouwe hoede en zegen
van Hem, die ’t al regeert.
Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
zal ook wel wegen vinden
waarlangs uw voet kan gaan.

Wel kan zijn hulp vertragen,
en ’t schijnt soms in de nacht,
alsof geen licht zal dagen,
alsof geen troost u wacht,
als u de angst doet beven
dat God u niet meer kent,
dat Hij zich van uw leven
voorgoed heeft afgewend.

Maar blijft gij met vertrouwen
naar God zien in de nacht;
dan doet Hij u aanschouwen
wat gij het minst verwacht.
Eens zal Hij u bevrijden
ook van de zwaarste last,
houd moedig bij het strijden
aan zijn beloften vast.

Lied 422:1, 2, 3
Laat de woorden
die we hoorden
klinken in het hart.
Laat ze vruchten dragen
alle, alle dagen
door uw stille kracht.

Laat ons weten,
nooit vergeten
hoe U tot ons spreekt:
sterker dan de machten
zijn de zwakke krachten,
vuur dat U ontsteekt.

Laat ons hopen,
biddend hopen,
dat de liefde wint.
Wil geloof ons geven
dat door zo te leven
hier Gods rijk begint.

Lied 708:1, 6
Wilhelmus van Nassouwe
ben ik van duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik vrij onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer.
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.