AFGELAST **Kerkdienst 19:30 uur** – dienst alleen online te volgen

31 december 2020 – oudjaarsavond

  • Voorganger: Ds. A.F. de Oude uit Loosdrecht
  • Bijzonder: Gezamenlijke dienst met de Bethlehemkerk
  • Bijzonder: Deze dienst is met beeld en audio te volgen via de systemen van de Bethlehemkerk via deze link.
  • Bijzonder: Het is mogelijk om deze dienst fysiek bij te wonen, na inschrijving via deze link.

 

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Muziek (Psalm 90: 1, 3)
Votum & Groet
Muziek (Psalm 90: 4)
Gebed
Muziek (Nieuwe Liedboek 280: 5, 6, 7)
Schriftlezing (Psalmen 90: 1-12)
Muziek (Psalm 90: 6)
Schriftlezing (Prediker 3: 1-15
Muziek (Nieuwe Liedboek 845)
Overdenking
Muziek (Nieuwe Liedboek 763)
Gebeden
Collecte
Muziek (Nieuwe Liedboek 416)
Zegen
Muziek (Amen, Amen, Amen)
Orgelspel

 

Psalm 90: 1, 3
Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen
de zekerheid van allen die U vrezen.
Geslachten gaan, geslachten zullen komen:
wij zijn in uw ontferming opgenomen.
Wij mogen bouwen op de vaste grond
van uw beloften en van uw verbond.

O Here God, Gij wendt het mensenleven
om het weer aan het stof terug te geven.
Gij zegt: Keer weder, mensenkind, keer weder.
Want duizend jaren, Gij ziet op ze neder
als op een nachtwaak, zij zijn in uw oog
gelijk de dag van gisteren die vervloog.

Psalm 90: 4
Gij overspoelt de sterveling met uw stromen.
De jaren snellen ons voorbij als dromen.
Wij zijn als gras, fris in het ochtendgloren,
des avonds dor en alle glans verloren.
Uw toorn, rechtvaardig God, doet ons vergaan.
Uw gramschap overweldigt ons bestaan.

Nieuwe Liedboek 280: 5, 6, 7
Onthul ons dan uw aangezicht,
uw naam, die mét ons gaat
en heilig ons hier met uw licht,
uw voorbedachte raad.

Vervul ons met een nieuw verstaan
van ’t woord, waarin Gij spreekt
en reik ons zelf als leeftocht aan
het brood, dat Gij ons breekt.

Dit huis slijt mét ons aan de tijd,
maar blijven zal de kracht
die wie hier schuilen verder leidt
tot alles is volbracht.

Psalm 90: 6
Zeventig, tachtig jaren mensenleven,
is dat, o Heer, om hoog van op te geven?
’t Is moeite en verdriet. Och mocht het wezen
dat wij U kenden naar Gij zijt te vrezen.
Leer Gij ons zo te leven, dag voor dag,
dat in ons hart de wijsheid wonen mag.

Nieuwe Liedboek 845
Tijd van vloek en tijd van zegen
tijd van droogte tijd van regen
dag van oogsten tijd van nood
tijd van stenen tijd van brood.
Tijd van liefde nacht van waken
uur der waarheid dag der dagen
toekomst die gekomen is
woord dat vol van stilte is.

Tijd van troosten tijd van tranen
tijd van mooi zijn tijd van schamen
tijd van jagen nu of nooit
tijd van hopen dat nog ooit.
Tijd van zwijgen zin vergeten
nergens blijven niemand weten
tijd van kruipen angst en spijt
zee van tijd en eenzaamheid.

Wie aan dit bestaan verloren
nieuw begin heeft afgezworen
wie het houdt bij wat hij heeft
sterven zal hij ongeleefd.
Tijd van leven om met velen
brood en ademtocht te delen –
wie niet geeft om zelfbehoud,
leven vindt hij honderdvoud.

Nieuwe Liedboek 763
Zij zullen de wereld bewonen,
zij namen het wonder ter hand,
de mensen van nacht en nevel
brengt Hij naar het heilige land.

Er zal geen verzengende hitte,
geen dorst en geen honger meer zijn
want Hij zal ze weiden aan water
dat vloeit uit het hart der woestijn.

En Hij maakt de hoogte begaanbaar
en Hij baant een weg door de zee,
van alle vier einden der aarde
brengt Hij zich een volk bijeen.

De hemel roept uit Halleluja,
de aarde brengt leven tot stand,
de bergen bezwijken van vreugde,
de wereld wordt vaderland.

Ten dage der grote genade
als God de gebeden beloont,
dan zullen de volkeren weten
dat Hij bij de mensen woont.

Nieuwe Liedboek 416
Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn:
bij gevaar, in bange tijden,
over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn:
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn
tot wij weer elkaar ontmoeten,
in zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

Psalmen 90: 1-12
1 Een gebed van Mozes, de godsman. Heer, u bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht. 2 Nog voor de bergen waren geboren, voor u aarde en land had gebaard-u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. 3 U doet de sterveling terugkeren tot stof en zegt: ‘Keer terug, mensenkind.’ 4 Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht. 5 U vaagt ons weg als slaap in de morgen, als opschietend gras 6 dat ontkiemt in de morgen en opschiet, en ‘s avonds verwelkt en verdort. 7 Wij komen om door uw toorn, door uw woede bezwijken wij. 8 U hebt onze zonden vóór u geleid, onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat. 9 Al onze dagen gaan heen door uw woede, wij beëindigen onze jaren in een zucht. 10 Zeventig jaar duren onze dagen, of tachtig als wij sterk zijn. Het beste daarvan is moeite en leed, het gaat snel voorbij en wij vliegen heen. 11 Wie kent de kracht van uw toorn, wie vreest oprecht uw woede? 12 Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult.

Prediker 3: 1-15
1 Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. 2 Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. 3 Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. 4 Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. 5 Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. 6 Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien. 7 Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. 8 Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten. Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede. 9 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10 Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12 Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13 Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14 Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. 15 Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.