Kerkdienst 10:00 uur – dienst ook online te volgen

25 oktober 2020

  • Voorganger: Ds. Willem Nijsse
  • Organist: Rob van Roon
  • Bijzonder: Viering Heilig Avondmaal

Er zijn veel aanpassingen in het gebruik van de kerkzaal, op deze pagina vindt u daar alle informatie over.

Deze zondag willen we het Heilig Avondmaal vieren in de kerk. Vanwege de huidige maatregelen zullen we dat op een iets andere manier vieren dan normaal. Dominee Nijsse zal voor de dienst bij de vooringang van de kerk staan en daar zal hij kleine zakjes met het brood voor het Avondmaal aan ons uitdelen. U kunt dat dan meenemen naar uw zitplaats en het daar bewaren tot we het Avondmaal gaan vieren. We zullen in de dienst het Avondmaal op de gebruikelijke manier vieren. We hoeven nu alleen in de dienst niet naar voren te komen om het brood te ontvangen, maar we kunnen het met elkaar tegelijk eten op onze plaats. De wijn kunnen we helaas niet op deze manier uitdelen. Dominee Nijsse zal de wijn in de dienst inschenken en bij het eten van het brood zal hij ook van de wijn drinken in plaats van ons allemaal. Ook thuis kunt u het avondmaal meevieren door brood en wijn klaar te zetten en dit te eten en drinken op hetzelfde moment als in de kerk.

 

Orgelspel 
Welkom en mededelingen
Muziek (Psalm 25a)
Stil gebed
Votum & Groet
Voorleeslied (Nieuwe Liedboek 985: 1, 2, 3)
Gebed
Schriftlezing (Genesis 1: 1-8 en Psalmen 104: 1-9)
Muziek (Psalm 8)
Preek
Orgelspel
Filmpje:

Viering Heilig Avondmaal
Muziek (Evangelische Liedbundel 331)
Gebeden
Muziek (Opwekking 407)
Zegen
Orgelspel
Collecte bij uitgang

 

Psalm 25a
Mijn ogen zijn gevestigd
op God, of Hij mij redt.
Mijn hart, hoezeer onrustig,
heb ik op Hem gezet.
Kan ik de nacht verduren,
waarin Gij verre zijt?
Gij zult mijn voeten sturen
in ‘t duister van de tijd.

Maar wees mij dan genadig
en richt mijn leven op,
dat ik opnieuw gestadig
kan gaan in ‘s levens loop.
Mijn hart, hoezeer onrustig,
heb ik op U gezet,
Mijn ogen zijn gevestigd
op U, tot Gij mij redt.

Psalm 8
Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven-
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

Wel doet de hemel hoog uw glorie blinken,
maar in de mond van kind’ren doet Gij klinken
uw machtig heil, zo maakt G’ uw vijand stil
en doet uw haters buigen voor uw wil.

Aanschouw ik ‘s nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaf Gij in zijn hand.

Al wat er land of water heeft tot woning,
het moet de mens erkennen als zijn koning;
vogels en wild en al ‘t geduldig vee
en wat er wemelt in de wijde zee.

Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

Evangelische Liedbundel 331
Prijs de Heer, mijn ziel, en prijs Zijn heil’ge Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel, die mij het leven geeft.

Opwekking 407
O, Heer mijn God,
wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht.
Het sterrenlicht, het rollen van de donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht.

Dan zingt mijn ziel tot U,
o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!
Dan zingt mijn ziel
tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!

Als ik bedenk, hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een Lam,
sta ik verbaasd,
dat Hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam.

Dan zingt mijn ziel tot U,
o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!
Dan zingt mijn ziel
tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!

Als Christus komt
met majesteit en luister,
brengt Hij mij thuis,
hoe heerlijk zal dat zijn.
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel:
o Heer, hoe groot zijt Gij!

Dan zingt mijn ziel tot U,
o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!
Dan zingt mijn ziel
tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij,
hoe groot zijt Gij!

 

Genesis 1: 1-8
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. 3 God zei: ‘Er moet licht komen, ‘en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag. 6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

Psalmen 104: 1-9
1 Prijs de HEER, mijn ziel. HEER, mijn God, hoe groot bent u. Met glans en glorie bent u bekleed, 2 in een mantel van licht gehuld. U spant de hemel uit als een tentdoek 3 en bouwt op de wateren uw hoge zalen, u maakt van de wolken uw wagen en beweegt u op de vleugels van de wind, 4 u maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren. 5 U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet. 6 De oerzee bedekte haar als een kleed, tot boven de bergen stonden de wateren. 7 Toen u hen dreigde, vluchtten zij weg, toen uw donderstem klonk, stoven zij heen: 8 naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen, naar de plaatsen die u had bepaald. 9 U stelde een grens die zij niet overschrijden, nooit weer zullen zij de aarde bedekken.