Kerkdienst 10:00 uur – dienst ook online te volgen

22 november 2020

  • Voorganger: Ds. Willem Nijsse
  • Organist: Rob van Roon
  • Bijzonder: Eeuwigheidszondag

Er zijn veel aanpassingen in het gebruik van de kerkzaal, op deze pagina vindt u daar alle informatie over.

Deze zondag is de laatste van het kerkelijk jaar, de Eeuwigheidszondag. We gedenken op deze zondag de gemeenteleden die we in dit jaar zijn verloren. Het is dit jaar een bijzondere Eeuwigheidszondag, we zullen ook stilstaan bij de mensen die overleden zijn ten gevolge van het Coronavirus. Ds. W. Nijsse gaat in deze dienst voor en het thema is ‘Rust’, naar aanleiding van de 7e scheppingsdag waarop God rustte. We beleggen deze zondag een extra middagdienst, waarin we de families uitnodigen van de gemeenteleden die zijn overleden. U als gemeentelid bent welkom in de ochtenddienst voor de gedachtenis. De dienst ‘s middags is alleen bestemd voor de families. Zij krijgen daarvoor een uitnodiging.

 

Orgelspel
Welkom en mededelingen
Muziek (Psalmen voor Nu 130)
Stil gebed
Votum & Groet
Voorleeslied (Nieuwe Liedboek 766)
Gebed
Schriftlezing (Genesis 2: 1-4 en Hebreeën 4: 1-13)
Muziek (Er is een land van louter licht)
Preek
Orgelspel
Gedicht
Gedachtenis 1
Muziek (Psalm 4: 1, 3)
Gedachtenis 2
Muziek (Heer herinner u de namen)
Gebeden
Muziek (Psalm 73: 9, 10)
Zegen
Orgelspel
Collecte bij uitgang
* 1e collecte: Kerk in Actie
* 2e collecte: Plaatselijke kerk 
* 3e collecte: Pastoraat

 

Psalmen voor Nu 130
Uit de diepten roep ik u
HEER, mijn God.
Ik heb u nodig, Here luister
nu ik schor gebeden fluister,
luister toch, Heer, luister toch.

Als u niets dan zonden zag,
Heer, mijn God,
wie bleef in leven? Maar u wilt nu
juist vergeven. Dus verdient u
diep ontzag, ons diep ontzag.

Ik blijf wachten tot u komt,
HEER, mijn God.
Ik blijf nog sterker op u wachten
dan een mens in lange nachten
wacht op licht, het morgenlicht.

Israël, hoop op de HEER,
hoop op God,
want hij heeft zich aan jou verbonden.
Hij verlost je van je zonden.
Hij maakt vrij, Hij maakt jou vrij!

Nieuwe Liedboek 766
Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen,
een nieuwe aarde ontstond
om het geheim des levens te beseffen,
niet meer in zee gegrond.
Ik zag een stad verblindend naderkomen,
een middelpunt van feest,
Jeruzalem, zoals het in Gods dromen
vanouds moet zijn geweest.

Jeruzalem is als een bruid getreden
voor God in wit en goud
en in haar heldere ogen staat een vrede,
door niemand ooit aanschouwd.
Een stem roept in het rond: nu gaat beginnen
de koninklijke tijd,
de koning zal de koningin beminnen
die Hem is toegewijd.

De koning die zijn troon heeft in den hoge,
houdt bij de mensen hof
en alle tranen zal Hij van hun ogen
afwissen tot zijn lof.
Er zal geen rouw, er zal geen dood meer wezen,
nergens verdriet meer zijn,
de eerste dingen werden uitgewezen,
voorbij ging alle pijn.

Er is een land van louter licht
Er is een land van louter licht
waar heil’gen heersers zijn.
Nooit gaat de gouden dag daar dicht
in duisternis of pijn.

Daar is het altijd lentetijd,
in bloei staat elke plant.
Alleen de smalle doodszee scheidt
ons van dat zalig land.

Hing niet het wolkendek zo zwart
van twijfel om ons heen,
wij zouden ‘t land zien van ons hart,
dat ‘t hemels licht bescheen.

God, laat ons staan als Mozes hier
hoog in uw zonneschijn,
en geen Jordaan, geen doodsrivier
zal scheiding voor ons zijn.

Psalm 4: 1, 3
Laat als ik roep mij op U hopen,
o God van mijn gerechtigheid.
Geef mij uw antwoord, doe mij open,
die mij, als ik ben ingesloten,
ruim baan maakt en mij weer bevrijdt.
Hoe lang zult gij mij blijven smaden,
gij groten, door de schijn bekoord?
Weet toch: de Here slaat mij gade.
Weet dat ik leef van zijn genade.
Hij is het die mijn roepen hoort.

Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig huis.

Heer herinner u de namen
Heer, herinner U de namen
van hen, die gestorven zijn,
en vergeet niet, dat zij kwamen
langs de straten van de pijn,
langs de wegen van het lijden,
door het woud der eenzaamheid,
naar het dag en nacht verbeide
Vaderhuis, hun toebereid.

Waarheen zal de mens zich keren,
die, staand voor uw aangezicht,
uwe liefde moet ontberen
bij het eindelijk gericht?
Heer, zo Gij niet wordt bewogen
door het breken van zijn stem,
door de droefheid in zijn ogen,
is bij niemand heil voor hem.

Psalm 73: 9, 10
Nu blijf ik bij U altijd,
God die mij troost, die bij mij zijt,
mijn twijfel stilt en mijn verlangen,
die mij in liefde houdt omvangen.
Gij neemt mij bij de rechterhand,
Gij zijt getrouw, uw raad houdt stand,
uw wijsheid is het die mij leidt
en eenmaal kroont met heerlijkheid.

Wien heb ik in den hemel, Heer,
behalve U, mijn troost en eer?
Wat kan op aarde mij bekoren?
Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan,
toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw,
Gij zijt de rots waarop ik bouw.

 

Genesis 2: 1-4
1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk. 4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen. In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte.

Hebreeën 4: 1-13
1 Aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat iemand van u ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan. 2 Want aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam. 3 Omdat wij echter geloven, gaan we binnen in de rust waarvan eerder sprake was: ‘In mijn toorn heb ik gezworen: “Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust, ”’-en dat terwijl zijn werk toch al met de grondvesting van de wereld voltooid werd! 4 Over de zevende dag wordt immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk,‘ 5 terwijl hier wordt gezegd: ‘Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.’ 6 Het staat dus vast dat er wel mensen in kúnnen binnengaan. En omdat zij aan wie vroeger het goede nieuws verkondigd is, er vanwege hun ongehoorzaamheid niet zijn binnengegaan,  7 legt God nu opnieuw een dag vast, een ‘vandaag’, waarover hij, zoals eerder is opgemerkt, lange tijd later David heeft laten zeggen: ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet koppig.’ 8 Was de rust hun al door Jozua gegeven, dan zou God daarna niet meer over een andere dag hebben gesproken. 9 Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust. 10 En wie is binnengegaan in zijn rust, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne. 11 Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust, en zo voorkomen dat ook maar iemand dit voorbeeld van ongehoorzaamheid volgt en te gronde gaat. 12 Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden. 13 Niets van wat geschapen is blijft voor hem verborgen, alles is onverhuld en volkomen zichtbaar voor de ogen van hem aan wie wij rekenschap moeten afleggen.