Kerkdienst 15:30 uur – alleen voor genodigden

22 november 2020

  • Voorganger: Ds. Willem Nijsse
  • Bijzonder: Eeuwigheidszondag | alleen voor genodigden

Voor deze dienst zijn de families uitgenodigd die dit jaar een geliefde hebben verloren. De deur is open vanaf 15:15, de dienst begint om 15.30 en bij de ingang delen we koffie en thee uit. In deze dienst brengen wij de namen in herinnering van hen van wie we afscheid moesten nemen en bidden we voor de nabestaanden. Ook luisteren wij naar woorden van bemoediging en troost vanuit het evangelie van Jezus Christus, onze Heer. Bij elke naam plaatsen we een witte roos voorin de kerk. Na afloop van de dienst mogen de families de rozen meenemen.

 

Welkom
Muziek (De kracht van uw liefde)
Stil gebed
Votum & Groet
Muziek (Psalm 84)
Gebed
Schriftlezing (Genesis 1: 1-31 + Genesis 2: 1-4)
Muziek (Ik zie een poort wijd open staan)
Preek
Muziek (Abba Vader)
Gedicht
Muziek (Psalm 4: 1, 3)
Gedicht
Gedachtenis
Muziek (Wat de toekomst brengen moge)
Gebeden
Muziek (For all the saints)
Zegen
Collecte bij uitgang

 

De kracht van uw liefde
Heer ik kom tot U;
neem mijn hart, verander mij,
als ik U ontmoet
vind ik rust bij U.
Want Heer ik heb ontdekt,
dat als ik aan Uw voeten ben,
trots en twijfel wijken
voor de kracht van uw liefde.

Houd mijn vast,
laat uw liefde stromen.
Houd mij vast,
heel dichtbij uw hart.
Ik voel uw kracht
en stijg op als een arend;
dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.

Heer, kom dichterbij
dan kan ik uw schoonheid zien
en uw liefde voelen,
diep in mij.
En Heer, leer mij uw wil,
zodat ik U steeds dienen kan
en elke dag mag leven
door de kracht van uw liefde.

Houd mijn vast,
laat uw liefde stromen.
Houd mij vast,
heel dichtbij uw hart.
Ik voel uw kracht
en stijg op als een arend;
dan zweef ik op de wind,
gedragen door uw Geest
en de kracht van uw liefde.

Psalm 84: 1, 4
Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer,
het huis waar Gij uw naam en eer
hebt laten wonen bij de mensen.
Hoe brand ik van verlangen om
te komen in uw heiligdom.
Wat zou mijn hart nog liever wensen
dan dat het juichend U ontmoet
die leven zijt en leven doet.

Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort.
Hun lied weerklinkt van oord tot oord,
tot zij Jeruzalem betreden,
waar alle pelgrims binnengaan
om voor Gods aangezicht te staan.
Aanvaard, o Heer, ook mijn gebeden.
Verhoor mij, God van Israël,
die alles leidt naar uw bestel.

Ik zie een poort wijd open staan
Ik zie een poort wijd open staan,
waardoor het licht komt stromen.
Van ‘t kruis, waar ‘k vrij’lijk heen mag gaan
om vrede te bekomen.

Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open, ook voor mij!
Voor mij, voor mij,
staat open, ook voor mij.

In ‘t hemelrijk voor Jezus’ troon,
daar leidt het kruis tot zegen.
Daar dragen wij voor kruis een kroon,
door Jezus’ bloed verkregen.

Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open, ook voor mij!
Voor mij, voor mij,
staat open, ook voor mij.

Abba Vader
Abba Vader U alleen,
U behoor ik toe,
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen,
Abba Vader U alleen,
U behoor ik toe.

Abba Vader laat mij zijn,
slechts voor U alleen.
Dat mijn wil voor eeuwig zij,
d’ uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn Heer,
laat mij nimmer gaan.
Abba Vader laat mij zijn,
slechts van U alleen.

Psalm 4: 1, 3
Laat als ik roep mij op U hopen,
o God van mijn gerechtigheid.
Geef mij uw antwoord, doe mij open,
die mij, als ik ben ingesloten,
ruim baan maakt en mij weer bevrijdt.
Hoe lang zult gij mij blijven smaden,
gij groten, door de schijn bekoord?
Weet toch: de Here slaat mij gade.
Weet dat ik leef van zijn genade.
Hij is het die mijn roepen hoort.

Ik kan gaan slapen zonder zorgen,
want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen
en wonen in een veilig huis.

Wat de toekomst brengen moge 
Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed!
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig, kalme moed!

Heer, ik wil uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister,
als ik in uw hemel kom!

Laat mij niet mijn lot beslissen:
zo ik mocht ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
als Gij mij de keuze liet!
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen de weg niet vindt:
neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.

For all the saints
For all the saints who from their labors rest,
who thee by faith before the world confessed,
thy name, O Jesus, be forever blest.
Alleluia! Alleluia!

Thou wast their rock, their fortress, and their might;
thou, Lord, their captain in the well-fought fight;
thou, in the darkness drear, their one true light.
Alleluia! Alleluia!

O blest communion, fellowship divine,
we feebly struggle, they in glory shine;
yet all are one in thee, for all are thine.
Alleluia! Alleluia!

The golden evening brightens in the west;
soon, soon to faithful warrior cometh rest;
sweet is the calm of paradise the blest.
Alleluia! Alleluia!

But yonder breaks a yet more glorious day;
the saints triumphant, rise in bright array;
the King of glory passes on his way.
Alleluia! Alleluia!

From earth’s wide bounds, from ocean’s farthest coast,
through gates of pearl streams in the countless host,
singing to Father, Son, and Holy Ghost,
Alleluia! Alleluia!

 

Genesis 1: 1-31 + Genesis 2: 1-4
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. 3 God zei: ‘Er moet licht komen, ‘en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag. 6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag. 9 God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was. 11 God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag. 14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag. 20 God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ 21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ 23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. 24 God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was. 26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk. 4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen. In de tijd dat God, de HEER, aarde en hemel maakte,