AFGELAST **kerkdienst 21:30 uur** – dienst wel online te volgen

24 december 2020

  • Voorganger: Ds. Willem Nijsse
  • Organist: Rob van Roon

Deze kerkdienst is alleen online te beluisteren, de kerkzaal zelf is gesloten. Op deze pagina vindt u daar alle informatie over.
Het meeluisteren van de dienst kan via deze pagina of de kerkdienstgemist-app.

 

Orgelspel
Muziek (Komt verwondert u hier mensen)
Welkom en mededelingen
Muziek (Ik kniel aan uwe kribbe neer)
Gebed
Muziek (Psalm 8)
Schriftlezing (Jesaja 8:23 – 9:7)
Muziek (De mensen die gaan in het duister)
Schriftlezing (Handelingen 7: 30-37)
Muziek (Psalm 105)
Meditatie
Muziek (Stille nacht, heilige nacht)
Gebed
Muziek (Komt allen tezamen)
Zegen
Orgelspel

 

Informatie over het collectedoel:
De collecte van vanavond is bestemd voor een project van Kerk in Actie, genaamd “een stabiel thuis voor kinderen”. Via deze link komt u op de webpagina met meer informatie en een donatiemogelijkheid vindt u op deze pagina.

 

Komt verwondert u hier mensen
Komt, verwondert u hier, mensen,
ziet, hoe dat u God bemint,
ziet vervuld der zielen wensen,
ziet dit nieuwgeboren kind!
Ziet, die ’t woord is, zonder spreken,
ziet, die vorst is, zonder pracht,
ziet, die ’t al is, in gebreken,
ziet, die ’t licht is, in de nacht,
ziet, die ’t goed is, dat zo zoet is,
wordt verstoten, wordt veracht.

O Heer Jesu, God en mense,
die aanvaard hebt deze staat,
geef mij wat ik door U wense,
geef mij door uw kindsheid raad.
Sterk mij door uw tere handen,
maak mij door uw kleinheid groot,
maak mij vrij door uwe banden,
maak mij rijk door uwe nood,
maak mij blijde door uw lijden,
maak mij levend door uw dood!

Ik kniel aan uwe kribbe neer
Ik kniel aan uwe kribbe neer,
o Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd en smart
bij U geborgen wezen.

Voor ik als kind ter wereld kwam,
zijt Gij voor mij geboren.
Eer ik een woord van U vernam,
hebt Gij mij uitverkoren.
Voor dat uw hand mij heeft gemaakt,
werd Gij een kindje, arm en naakt,
hebt Gij U mij gegeven.

Temidden van de nacht des doods
zijt Gij, mijn zon, verrezen.
O zonlicht, mild en mateloos,
uw gloed heeft mij genezen.
O zon die door het donker breekt
en ‘t ware licht in mij ontsteekt,
hoe heerlijk zijn uw stralen.

Psalm 8
Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven-
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

Aanschouw ik ‘s nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

De mensen die gaan in het duister
De mensen die gaan in het duister,
die wonen in ’t land van de dood,
zij zullen een licht zien stralen;
het hemelse morgenrood.

Zij zullen weer zingen van vreugde,
de angst en de nood zijn voorbij,
geen vijand marcheert door de straten,
de kinderen spelen weer vrij.

De stok die hen sloeg is gebroken,
geen mens wordt vertrapt of verdrukt.
Zij krijgen weer tijd van leven,
er is een begin van geluk!

Want er is een prins geboren,
met prachtige namen gekroond.
En hij is de vorst van de vrede,
de God die bij mensen woont.

Hij brengt het leven op aarde
terecht in zijn koninkrijk.
De mensen die gaan in het duister,
die worden de koning te rijk.

Psalm 105

Looft God den Heer, en laat ons blijde
zijn glorierijke naam belijden.
Meldt ieder volk en elk geslacht
de wonderen die God volbracht.
Gij die van harte zoekt den Heer,
verblijdt u, geeft zijn naam de eer.

Stille nacht, heilige nacht

Stille nacht, heilige nacht!
Davids zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Betlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Hulploos kind, heilig kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht!
Vrede en heil, wordt gebracht
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Komt allen tezamen
Komt allen tezamen,
jubelend van vreugde:
komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng’len hier geboren.
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

De hemelse eng’len
riepen eens de herders
weg van de kudde naar ‘t schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbied’ge schreden!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, die Koning.

O Kind, ons geboren,
liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

 

Jesaja 8:23 – 9:7
8:23 En wie daardoor omsloten wordt, zal niet ontkomen. Zoals het land van Zebulon en Naftali in het verleden smadelijk bejegend is, zo wordt weldra eer bewezen aan de kuststreek, het Overjordaanse en het domein van andere volken. 9:1 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. 9:2 U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf u het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. 9:3 Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. 9:4 Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur. 9:5 Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. 9:6 Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.

Handelingen 7:30 – 37
30 Nadat er veertig jaren waren verstreken, verscheen er in de woestijn bij de berg Sinai een engel aan hem in de vlammen van een brandende doornstruik. 31 Vol verwondering keek Mozes naar dit schouwspel, maar toen hij dichterbij kwam om het te onderzoeken, klonk de stem van de Heer: 32 “Ik ben de God van je voorouders, de God van Abraham, Isaak en Jakob.” Bevend van schrik wendde Mozes zijn blik af. 33 Maar de Heer zei tegen hem: “Trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. 34 Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is en ik heb hun jammerklachten gehoord, zodat ik ben afgedaald om hen te bevrijden. Daarom stuur ik je nu naar Egypte.” 35 Het was deze Mozes die door zijn volksgenoten werd afgewezen met de woorden: “Wie heeft jou als leider en rechter aangesteld?” Maar God zond hem als leider en bevrijder naar hen toe, door tussenkomst van de engel die in de doornstruik aan hem verschenen was. 36 Het was deze Mozes die het volk wegleidde uit Egypte onder het verrichten van tekenen en wonderen, niet alleen in Egypte, maar ook bij de Rode Zee en in de woestijn, veertig jaar lang. 37 Mozes was het die tegen de Israëlieten zei: “God zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan.”